Logo Universiteit Utrecht

Prospectief Onderzoek Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

Gemeenten

Bijeenkomst deelnemende en geïnteresseerde gemeenten ‘Prospectief onderzoek naar Ambulantisering en Regionalisering GGZ-clienten in gemeenten’ en opleidingsmodule UU/CQ
Datum: vrijdag 16 februari van 10.00 tot 13.00
Lokatie: Uithof Utrecht, Langeveld Vergaderzaal E1.24

Bijlagen bij dit verslag zijn de tijdens deze vergadering gepresenteerde ppt’s over het onderzoek en de MA classes.
eerste bijeenkomst gemeenten 1602 (klikbaar)
2018_Presentatie bijeenkomst 16 feb LLL NB versie3 (3)

Aanwezig:
Gemeente Haarlem: Jan Willem Duker (afwezig Simone Leensen)
Gemeente Den Bosch: Axel Roes (afwezig Mayan Oomkes)
Gemeente Hoorn: Jeroen de Wilde
Gemeente Alphen a/d Rijn: Rike van Oosterhoudt en Lucia Overpelt
Gemeente Amsterdam: Walter Kamp
Universiteit Utrecht: John de Wit, Nienke Boesveldt en Stans de Haas
CQ procesmanagement: Michiel van Hees en Anouck Splinter

Verder afwezig:
Gemeente Almere: Ineke Baas
Gemeente Arnhem: Marjolein Foppen
Gemeente Tiel (mede namens regio Nijnmegen): Marsha Buuron

Welkom door Professor John de Wit

Start! door Nienke Boesveldt
Er nemen op dit moment acht gemeenten (twee grotere, twee middelgrote en vier kleinere gemeenten) mee aan het onderzoek en in twee regio’s ligt dit nog voor ter besluitvorming. Dat betekent dat we daadwerkelijk kunnen starten!

Elkaar leren kennen en uitwisselen van eerste ervaringen, knelpunten en mogelijk goede voorbeelden
Nienke stelt voor dat de aanwezige beleidsmakers uit gemeenten elkaar in koppels interviewen over deze punten. Vervolgens rapporteren zij over elkaar in de groep en is er ruimte voor aanvullingen door de geinterviewde en voor vragen van de andere aanwezigen over de stand van zaken en voornemens in de betreffende gemeente. Er volgen interessante gesprekken waar iets langer de tijd voor wordt genomen.
Gemeente Den Bosch heeft 8 regiogemeenten en 500.000 inwoners en heeft als ambitie om 80% af te bouwen waarbij 20% intramuraal overblijft in 2024. Amsterdam haakt hierin op dat Amsterdam de ambitie heeft om 20% af te bouwen en dat dat al ingewikkeld wordt om te gaan bewerkstelligen. In Den Bosch gaan ze proberen om deze afbouw te vertalen naar verschillende vormen van beschermd wonen waarbij gedacht kan worden van all-inclusive naar thuis met begeleid wonen. Op dit moment zijn ze druk bezig met deze ambitie, het gaat goed maar er moet hard aan worden getrokken. Mensen denken dat de gemeente wil bezuinigen, maar juist het persoonlijk herstel staat voorop en steeds meer komt het enthousiasme. Nienke benoemt dat juist het evalueren van hoe de werkwijze is geweest en ook de worsteling om de doelstelling te behalen is interessant om te evalueren.
Met de regiogemeenten wordt gelijkwaardig opgetrokken wat Jan Willem van de gemeente Haarlem bijzonder vindt. Gezamenlijk worden er besluiten genomen waardoor het draagvlak wordt vergroot. Momenteel is het geld nog niet verdeeld, maar de toegang is lokaal met een regionale advies functie. Den Bosch vindt met name het clientperspectief in het onderzoek van belang. Het onderzoek zelf kan misschien ook bijdragen aan het maatschappelijk herstel. En daarnaast is de uitwisseling tussen gemeenten onderling interessant waarin je uit je dagelijkse praktijk komt en verder kan kijken dan je dagelijkse praktijk.
Gemeente Haarlem heeft 8 gemeenten en ongeveer 500.000 inwoners. In 2016 is het beleidskader opgesteld. Preventie, herstel en wonen staan hierbij voorop en er gaat gekeken worden hoe de doorstroom geregeld kan worden.
De ambitie is om 50% af te bouwen in intramurele voorzieningen in 10 jaar tijd. Er wordt een client volgend budget gehanteerd dat geïnspireerd is op hoe Rotterdam dit doet.
Het regioverband met de andere gemeenten is lastig. Haarlem is de trekker, maar samen met de andere gemeenten de verantwoordelijkheid hebben is een lastig punt.
Vanuit de gemeente Haarlem is de meerwaarde van dit onderzoek dat tussendoor rapportages worden ontvangen over de voortgang van het onderzoek. Daarnaast vindt Jan Willem het clientperspectief ook van belang, maar vraag zich af of dat nu voldoende in het onderzoek naar voren komt. Een belangrijke opgave is de preventie kant. Hoe kan je lokaal inclusie en preventie in zetten? Iedere gemeente moet daar zijn eigen rol in pakken.
Gemeente Alphen aan den Rijn is geen centrumgemeente (dat is Leiden). Alphen aan den Rijn heeft ca 108.000 inwoners en Nieuwkoop en Kaag en Braassem ieder ca 27.000. De 3 Rijnstreekgemeenten samen tellen dus ca 160.000 inwoners ipv 250.000. Met het oog op de herverdeling van geld wil de gemeente meer zelf gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld de lokale WMO is al wat anders ingericht dan in Leiden en hoe kunnen ze dit beter laten aansluiten in de toekomst.
De wens om betrokken te zijn in het onderzoek komt vanuit de ambitie om het zelf te kunnen doen en zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen voor BW/MO.
Wat betreft ambities op het gebied van afbouw van intramurale voorzieningen gaat het om een andere situatie. Alphen a/d Rijn heeft op dit moment geen intramurale voorziening voor beschermd wonen, maar zijn er wel mee bezig om er een te krijgen omdat deze voorziening mist. Sommige clienten hebben nu ook ‘s nachts hulp nodig en moeten dan naar Leiden verhuizen voor deze hulp , maar worden hierdoor ook uit hun eigen sociale omgeving gehaald en dat is niet wenselijk. Alphen a/d Rijn is nu bezig om iets op te zetten om ook ‘s nachts hulp te kunnen bieden in de subregio. Dit hoeft niet perse onder de noemer beschermd wonen te vallen.
Verder lokale vragen die leven zijn: hoe kunnen we regionale middelen lokaal inzetten? Wat doe je met de nachtopvang als het vriest? (interessante vraag, maar geen antwoord op).
Gemeente Hoorn voert MO en BW uit voor de regio Westfriesland enbestaat uit 7 gemeenten. Het is één van de kleinste regio’s met ongeveer 200.000 inwoners. De kennis zit wel echt bij de centrumgemeente Hoorn. Het is lastig om gezamenlijk op te trekken met de gemeenten uit de regio. Enerzijds wil je gelijkwaardig zijn, maar de lat ligt daardoor ook hoog om dezelfde kennis te vragen. Dat lukt niet altijd en Hoorn maakt met name de beslissingen. Groot knelpunt dat zich opdringt is hoe je bij ingewikkelde individuele casussen met complexe en zware vragen in aanbod kunt voorzien. Waar moet je deze personen plaatsen als kleine regio met beperkter aanbod? Of buiten onze regio? Vraagt een hoop inspanningen als gevolg multi-interpretabele landelijke toegang.
In het visiedocument heeft de gemeente Hoorn geen afbouwambitie vastgesteld in percentages. Recent onderzoek heeft wel aangetoond dat er nu al 30% van de huidige populatie kan uitstromen uit intramurale voorzieningen mits woningen beschikbaar zijn. De focus ligt op het verkrijgen van woningen, de preventie kant en organiseren van specifiek aanbod voor moeilijk plaatsbare problematiek. Samen met regiogemeenten, corporaties en zorgaanbieders wordt een pilot starten om de uitstroom van bijzondere doelgroepen te bevorderen. Hard mee aan de slag om dat vorm te geven, welke randvoorwaarden etc.
Jeroen is er nog niet over uit of hij met zijn gemeente betrokken wil zijn bij het onderzoek. Hij heeft een divers takenpakket en weet niet of er nu ruimte is voor het meedoen aan een onderzoek, al ziet hij wel de meerwaarde van het onderzoek. Het zou dan mooi zijn als alle 7 gemeenten dan ook mee doen.
Gemeente Amsterdam doet niet mee aan het onderzoek omdat ze een eigen onderzoek over de effecten van ambulantisering vanuit verschillende perspectieven gaan doen (client, familie van client, hulpverleners en bestuur) in samenwerking met de GGD (Arnoud Verhoef). Een vraag die daarin naar voren komt is of de hulpverlening de ambulantisering aan kan. De ambitie is om 1000 extra mensen zelfstandig te laten wonen in 2020. Worden mensen nou echt gelukkiger van ambulant wonen? Lang proces met woningcorporaties (nu 500 woningen gekregen).
De gemeente heeft 5 regiogemeenten en het is een gevecht binnen de gemeenten om over wonen te praten, het verdelen van woonruimte is een kwestie (wel of niet dakloze woonruimte toewijzen). ‘Concurrentie tussen zielige mensen’. Nu de gemeente verantwoordelijk is voor beschermd wonen, helpt het wel om te praten met wonen. Gemeente Amsterdam wil wel betrokken blijven bij het onderzoek om te zien hoe het gaat.

Onderzoeksmodel en voorgestelde focus
Nienke presenteert het integraal model voor onderzoek, beleid en praktijk waarop de mogelijke effecten in het model zijn aangepast aan dit onderzoek, op basis van literatuur.
Reacties zijn dat het persoonlijk herstel nog niet goed terug te zien is in het model van Nienke. Hierbij kan het model positieve gezondheid ook gebruikt worden. Nienke benoemt dat er ook contact is met clienten vertegenwoordigers. Het is ook de idee om te gaan uitvragen bij cliënten wat we willen weten.
Nienke stelt voor om de focus op BW en MO te leggen voor het onderzoek, maar er kan gesproken worden over een andere focus voor de toekomst.
John vraagt zich af in hoeverre het onderzoek de focus van individuele gemeenten kan volgen. Zijn idee is om gemeenten centraal te stellen en vanuit daar te werken. Kan volgens hem ook interessant zijn om zo met verschillende casestudies die op zichzelf staan te werken.
Axel benoemt dat als je wilt vergelijken over 5 jaar dat je dan BW/MO wel wil hebben als gemeentelijke taak. Beschouw justitie als een van de factoren die van invloed is op BWMO en neem uitstroom vanuit WLZ mee. Besloten wordt vergelijkbare casestudies op te zetten.
Nienke werkt voor het opzetten van peer-to-peer interviewen van clienten samen met Maarten Davelaar, een onderzoeker die hier reeds ruime ervaring mee heeft. Een specifiek aandachtpunt in deze methodiek is de aandacht die dit van de (Medisch) Ethische Toetscommissie vraagt. Mede daarom is het de vraag of de dataverzameling 2018 al op deze wijze kan plaatsvinden.
Axel benoemt welke terminologie omtrent ervaringsdeskundigheid gebruikt gaat worden. Hij vindt dat je ervaringsdeskundige bent als je een opleiding hebt gevolgd om als ervaringsdeskundige te kunnen gaan werken. Je moet afstand kunnen nemen van je eigen problematiek. Als er sprake is van iemand zonder opleiding, dan heb je het over ervaringsrijken of lotgenoten. Het moet duidelijk gaan worden wie je inschakelt om je vragen te stellen over de keten. Nienke benoemt dat er voor gewaakt gaat worden dat niet iedereen zijn eigen levensverhaal gaat vertellen, voor deze kwaliteit.

Vervolgstappen en dataverzameling in het eerste jaar
Rike geeft aan dat je wanneer je wethouders wilt gaan interviewen je dit het beste niet kan doen na een verkiezing (of juist wel om te testen hoeveel ze er vanaf weten). De timing van het interview is van belang.
Het idee is om eerst data te gaan verzamelen en dit vervolgens terug te koppelen in 2 lokaal geplande bijeenkomst. Daarna zal weer het voorstel tot een plenaire bijeenkomst volgen. Dit kan zijn wederom in een gezelschap als vandaag, met alleen gemeenten. Het kan ook met andere stakeholders betrokken bij het onderzoek, zoals clienten. Er wordt op dit moment ook een begeleidingscommissie opgericht.
De lokale bijeenkomsten hebben als doel om de eerste resultaten te presenteren en reacties te krijgen op deze bevindingen. Het kan ook dienen om een presentatie te geven over het onderzoek en de bevinden aan een bepaalde groep mensen (die de gemeente kan voordragen). Bijeenkomsten zijn voor gemeenten en stakeholders (doelgroep). Interviews worden anoniem verwerkt en de resultaten kunnen aan meer mensen worden teruggekoppeld dan alleen aan de mensen die geinterviewd zijn. Het is belangrijk dat mensen snel iets terug horen en er nog wat van kunnen vinden.
Rike zegt dat ze ook behoefte heeft dat er een duidelijk introductie van het onderzoek ter voorbereiding op de voorgestelde interviews gepresenteerd kan worden door Nienke.

Masterclasses door Michiel van Hees (CQ) en Nienke Boesveldt
Michiel presenteert waar aan gedacht wordt voor de Masterclasses. De VNG biedt ook een masterclass aan voor MO/BW die voornamelijk is ontworpen voor startende beleidsmedewerkers en projectleiders. Deze masterclass zal met name een meerwaarde hebben voor beleidsmedewerkers en projectleiders die al langer werkzaam zijn in het MO/BW werkveld. Over het algemeen worden de masterclass ideeën goed ontvangen en zien de aanwezigen de meerwaarde van de masterclass wanneer er in zou worden gegaan op de ervaringen van andere gemeenten. Ook wanneer wordt ingegaan op wat werkt en waarom werkt dit dan, zijn belangrijke onderwerpen. Juist het in contact zijn met andere gemeenten is interessant. Wat heb je verder nodig om door te gaan met ontwikkeling? Hoe kan je daarvoor geld creeeren? Voldoende mensen om het uit te voeren? meer info op https://executivemobw.sites.uu.nl/

Studiereis naar Helsinki
Naast de masterclass, is er ook de mogelijkheid om mee te gaan op studiereis naar Helsinki. Michiel bespreekt dit idee waarbij men zich afvraagt of een reis naar Helsinki bekostigd kan worden door gemeenten. Soms wordt dit wel gezien als ‘snoepreisje’. Axel benoemt nog dat een projectleider binnen zijn gemeente al een keer in Helsinki is geweest, en schat daarom in dat het in deze gemeente wel toegestaan zal zijn.

Rondvraag
In antwoord van de vraag van Jan Willem (Haarlem). Stans de Haas (UU) was vandaag specifiek aanwezig ter voorbereiding van de contracten welke op zo’n kort mogelijke termijn met de deelnemende gemeenten zullen worden gesloten.

Lunch